lipoedeem vetweefsel

De vicieuze cirkel van lipoedeem vetweefsel

In de vorige blog (oestrogeen in balans) heb ik je wat meer uitgelegd over de verschillende vormen van oestrogeen, de verschillende receptoren en andere factoren die een invloed kunnen hebben op de hoeveelheid oestrogeen in jouw lichaam.

In dit stuk leg ik je uit wat er gebeurt met het vetweefsel in de lipoedeemgebieden en waarom het een vicieuze cirkel is. Misschien zien we wel een manier om deze cirkel te doorbreken.

Wil je niet teveel technische info lezen? Scroll dan naar beneden voor de tips!

Wat is vetweefsel?

Vetweefsel heeft iedereen, alleen de een wat meer dan de ander. We kunnen een onderscheid maken tussen bruin en wit vet. Bruin vet kan warmte produceren doordat het veel mitochondriën bevat. Mitochondriën zijn de energiefabriekjes in onze cellen (ook veel aanwezig in spiercellen), die tijdens het gebruiken van energie warmte vrijgeven.

Wit vetweefsel bevat veel minder mitochondriën. De voornaamste rol van wit vet is het opslaan van vet als reserve energiebron voor schaarse tijden. Daarnaast beschermt en isoleert het onze organen.

Bijna alle weefsels in het lichaam zijn een vorm van bindweefsel. Het bindweefsel, de fascia, is een ononderbroken netwerk dat alles in het lichaam verbindt en wordt gezien als 'het zachte skelet'. De cellen die een specifiek weefsel vormen (bijvoorbeeld bot, huid, vet en kraakbeen) liggen ingebed in het bindweefsel.
Het vetweefsel is bindweefsel wat vetcellen (adipocyten) bevat. Alle andere stoffen in bindweefsel zorgen voor stevigheid, elasticiteit, het binden van water en het produceren van nieuwe onderdelen van bindweefsel na beschadiging. Per weefsel is dit in verschillende hoeveelheden aanwezig.

vetweefsel lipoedeem

Zo werkt vetweefsel

Gezond vetweefsel heeft de mogelijkheid om vet op te slaan (lipogenese) en vet vrij te geven (lipolyse).

Lipogenese
Wat veel mensen niet weten, is dat lichaamsvet voor een groot deel gevormd wordt uit glucose (de kleinste vorm van koolhydraten, ook bekend als bloedsuiker). Wanneer je veel koolhydraten eet, slaat je lichaam deze eerst op in de spieren en de lever als glycogeen: een reservevoorraad. Is deze voorraadkast ook vol, dan wordt de glucose omgezet in vet en opgeslagen in het vetweefsel.


Tijdens de puberteit, wanneer we meer oestrogenen aanmaken, is het de bedoeling dat vrouwen meer vetweefsel opslaan rond de heupen. Dit is een reservevoorraad energie die we nodig hebben tijdens zwangerschap en het geven van borstvoeding. Evolutionair gezien is het dus een groot voordeel dat wij vrouwen dit goed kunnen. Daarnaast is het ook een bescherming, tegen het opslaan van vet rond onze organen.


De ER-alfa receptor (uit de vorige mail) zorgt er, samen met het hormoon insuline, voor dat glucose makkelijker de vetcellen in kan. Maar ook worden er nog andere stoffen aangemaakt. Die zorgen bijvoorbeeld voor een grotere aanmaak van bloedvaatjes (VEGF), waardoor er ook meer glucose naar dat gebied kan stromen en dus opgeslagen kan worden als vet.

Lipolyse

Dit is het proces wat zorgt dat het vet uit de vetcellen kan worden vrijgemaakt, wanneer we het nodig hebben. Dit proces wordt beïnvloed door een aantal hormonen. Het hormoon insuline remt de lipolyse bijvoorbeeld.


Insuline is het hormoon wat onze alvleesklier aanmaakt wanneer de bloedsuikerspiegel te hoog wordt. In principe wordt de glucose (bloedsuiker) uit je bloed opgenomen door je spieren, wanneer je gaat bewegen. Maar wanneer je vaak & veel koolhydraten eet en (te) weinig beweegt, is hier het hormoon insuline voor nodig. Is de bloedsuikerspiegel hoog én is er ook veel insuline in het bloed? Dan is er geen lipolyse nodig.

Daarnaast is er ook nog een verband tussen de ER-alfa receptor en een andere receptor. Dit is de AR-alfa receptor, wat een adrenerge receptor is. Deze receptor  wordt gebruikt door het hormoon adrenaline wat je aanmaakt tijdens stress (wanneer je ook geen vet wilt verbranden, maar liever snelle suikers!). Wanneer oestrogeen op de ER-alfa aankomt, gaat er óók een signaal naar de AR-alfa. Deze remt dan dus ook de lipolyse.

De AR-alfa receptor komt vooral voor in onderhuids vetweefsel op de benen en minder in visceraal vetweefsel (rond de organen).

In het onderstaande filmpje kun je het terugkijken (let op: wel ingewikkeld!)
Wat precies de oorzaak is van het opslaan van te veel onderhuids vetweefsel, is nog niet helemaal duidelijk. Het kan te maken hebben met een verstoorde verdeling van de oestrogeenreceptoren, of met een verstoorde communicatie tussen verschillende systemen. Hier wordt nu volop onderzoek naar gedaan.

Bron: Fat Disorder Research Society Channel op Youtube

Youtube inhoud kan niet getoond worden met je huidige cookie-instellingen. Selecteer "Inhoud tonen" om de inhoud te zien en de Youtube cookie-instellingen te accepteren. Meer info kun je lezen in de https://policies.google.com/privacy?hl=nl [Privacyverklaring). Je kunt je altijd weer afmelden voor deze [cookie-instelling] /redirect-to-page/4c2065be-87d9-48ae-b86c-b85a332889c9.

Inhoud tonen
lipoedeem en macrofagen

Chronisch laaggradig ontstoken vetweefsel

Hoe en waarom het precies gebeurt, is dus nog niet tot in detail duidelijk. Maar waar het tot leidt, is het volgende:

Door de vaak zeer snelle toename van de hoeveelheid en de grootte van de vetcellen, ontstaat er een hypoxische situatie. Hypoxisch betekent: zuurstoftekort.

Hierdoor worden er signaalstoffen geactiveerd en ontstaat er een laaggradige ontsteking. Dit zorgt ervoor dat het immuunsysteem macrofagen naar het ontstoken weefsel stuurt. Dit zijn een soort pacmans die beschadigd weefsel moeten opruimen.

lipoedeem laaggradig ontstoken vetweefsel

Bron afbeelding: PNI Europe


Na deze reactie moet het weefselherstel plaatsvinden. Dit gebeurt helaas niet, omdat het verdrukte vetweefsel continue signalen blijft afgeven naar het immuunsysteem. Door deze verstoorde communicatie, wordt er een ander soort bindweefsel aangelegd.

Door deze combinatie (het chronische zuurstoftekort, een geactiveerd immuunsysteem en de vorming van verkeerd bindweefsel) ontstaan verklevingen in het onderhuids vetweefsel. Dit geeft de bekende 'knobbels' in lipoedeemweefsel en staat bekend als fibrose.

Een chronische laaggradige ontsteking beëindigen

Een van de mogelijke problemen bij lipoedeem, is dat de aanmaak van vetcellen steeds maar gestimuleerd wordt door oestrogeen. Dit is dus een belangrijke eerste stap om de aanmaak van nieuw vetweefsel te remmen. Maar om tot lipolyse (vetverbranding) te komen, zul je de cirkel van de laaggradige ontsteking moeten doorbreken.

Chronisch laaggradig zuurstoftekort kun je counteren met een nog groter acuut tekort. Het lichaam houdt niet van chronisch verstoorde systemen. Juist met acute problemen kan het goed omgaan en hierdoor activeert het systemen om het lichaam weer beter in balans te krijgen (dat noemen we: homeostase). Dit kun je doen door met enige regelmaat te zorgen voor een lokaal (bijv. in de benen) of systemisch (hele lichaam) zuurstoftekort door gerichte training of bepaalde ademhalingsoefeningen.

Ook zijn er een aantal micro-nutriënten (hieronder vallen vitaminen en mineralen) die hypoxie helpen beëindigen. Een tekort aan vitamine C en Molybdeen kunnen zorgen voor een verlengde ontstekingsreactie. Vitamine C is overigens ook zeer belangrijk voor een goede kwaliteit bindweefsel.

Tot slot helpt het om je immuunsysteem tot rust te brengen. Normaal gesproken is het immuunsysteem overdag in rust en 's nachts actief. Dan ruimt het de rommel van de dag op. Overdag je immuunsysteem activeren doe je door te eten (eet dus niet te vaak op een dag), door voeding te eten waar je intolerant voor bent (dit kun je laten testen bij DAY-1), door voeding te eten die je darmen meer doorlaatbaar maken voor ziekmakers (o.a. granen zijn grote darmwandbeschadigers) en door chronische stress.

Vetweefsel als orgaan

Je begrijpt nu dat vetweefsel veel meer is dan een opslagplaats voor energie. Sterker nog, het wordt tegenwoordig gezien als orgaan op zich! Vetweefsel scheidt ook hormonen af. Een belangrijk hormoon is leptine.

Leptine is het hormoon wat 'toestemming' geeft. Het geeft aan de hersenen door dat er voldoende energie op voorraad is. Dan mag je dus lekker bewegen, je voortplanten of een poosje niet eten. Geen probleem.

Wanneer je lichaam laaggradig ontstoken is, komt leptine jammer genoeg niet meer goed aan in je hersenen. Met als gevolg dat je minder zin hebt om te bewegen, en moeite hebt om langer dan 3 uur niks te eten. En uiteindelijk kan het zelfs voor voortplantingsproblemen zorgen.

lipoedeem leptine

 Zo zorg je voor minder problemen met het vetweefsel:


  • Zorg voor minder glucose en insuline in je bloed, zodat er minder reden is voor lipogenese (door maar 2-3x per dag iets te eten en overweeg low-carb, healthy keto en/of intermittent fasting).


  • Laat je begeleiden bij goede ademhalingsoefeningen. Een dysfunctioneel adempatroon (chronisch overademen, of juist de adem vastzetten), zorgt ook voor een verstoorde zuurstofbalans in je lichaam en helpt niet mee met het beëindigen van ontstekingen!


  • Eet veel vis (2x per week is niet genoeg!). In vis zitten belangrijke vetzuren die nodig zijn voor het beëindigen van ontstekingsreacties. Dit zijn de omega-3 vetzuren EPA en DHA.


  • Doe een voedingsintolerantietest. Dat is geen allergietest. Bij een allergie krijg je een directe reactie op voeding (of andere allergenen). Bij een intolerantie kun je vage klachten krijgen, die soms pas na enkele uren of dagen ontstaan. DAY-1 werkt samen met een laboratorium waar de ImuPro test wordt uitgevoerd.


  • Eet (aanzienlijk) minder voedingsmiddelen die je darmwand verhoogd doorlaatbaar maken (dit zijn o.a. granen, zuivel en peulvruchten).


  • Beweeg nuchter (vóór je eerste maaltijd) om vetverbranding te stimuleren.